Assertief zijn moet mogen
Vandaag ging het in een training over assertiviteit, agressiviteit en subassertiviteit. Bij de training horen gedragtips. De tips helpen om anders over te komen, en anders overkomen is soms nodig om je doel te bereiken. Maar voordat mensen bereid zijn die tips toe te passen, is er vaak iets nodig aan de binnenkant. Dat ‘iets’ vat ik samen met het woord toestemming. Toestemming van wie? Toestemming van jezelf.
Voor mensen die te weinig voor zichzelf opkomen, is het de kunst om zichzelf toestemming geven om ‘groter’ te zijn. Mag je van jezelf een mening hebben? Mag je opkomen voor je wensen? Mag je laten zien wie je bent en wat je belangrijk vindt? Heb jij recht op grenzen? Mag je je eigen belangen een keertje voor die van een ander laten gaan?
Wie minder dominant wil overkomen of niet als agressief ervaren wil worden, moet zichzelf toestemming geven om ‘kleiner te zijn’. Durf je de controle los te laten? Mag de ander jouw kwetsbaarheid zien? Kun je interesse opbrengen voor de zienswijze van de ander? Mag er eens iets fout gaan? Kan de wereld een dagje zonder jouw mening? Mag de ander een keer winnen?
Wat er nodig is om jezelf toestemming te geven voor ander gedrag, weet alleen jijzelf. Maar zonder toestemming zal het moeilijk zijn om de gedragstips toe te passen. Je automatische patronen steken dan de kop op zodra het moeilijk wordt. Want automatische patronen zijn bekend, en dus veilig, en dus makkelijk. Dat geldt zelfs voor de patronen waar je eigenlijk last van hebt.
Iedereen die met assertief gedrag gaat oefenen, krijgt in elk geval mijn toestemming om gigantisch te falen onderweg. Het hoeft niet in één keer goed te gaan. Het is zoeken, experimenteren, en soms vallen en opstaan. Gaandeweg ontdekt je wat bij jou past – en dat zal meer zijn dan je nu kunt inschatten.
Weet je niet goed hoe je kunt oefenen, volg dan dit gratis e-coachingstraject. Het is leuk en het werkt. Veel plezier met oefenen!